Belangrijke vondst tijdens verbouwing Westfries Museum
Onder het oudste gebouw van het Westfries Museum in Hoorn zijn archeologen op resten gestuit van het oudste bakstenen huis van de stad. Deze ontdekking, die dateert uit de 14e eeuw, biedt nieuwe inzichten in de ontstaansgeschiedenis van Hoorn en is een belangrijke aanvulling voor de lokale archeologie.
De restauratie van het Westfries Museum is momenteel in volle gang. Tijdens de werkzaamheden worden er heipalen, stalen balken en betonnen vloeren aangebracht, wat leidt tot het opgraven van veel historische structuren. Dit bood archeologen van Archeologie West-Friesland een unieke kans om uitgebreid onderzoek te verrichten.
Archeoloog Christiaan Schrickx gaf aan dat de verwachtingen voorafgaand aan de opgraving al hoog waren, maar dat deze zijn overtroffen. De archeologen ontdekten niet alleen de zware funderingen van het stenen huis, maar ook een bijzondere stenen wenteltrap, wat zeldzaam is voor dergelijke opgravingen.
Het huis was ooit in bezit van de adellijke familie Van Nijenrode, die verbonden was aan het Hollandse gravenhuis. In die tijd werden de meeste woningen nog uit hout en met rieten daken gebouwd. Het exacte bouwjaar van dit huis is nog niet vastgesteld, maar het onderzoek naar de gebruikte materialen zal meer duidelijkheid geven.
Naast het huis werd er ook een beerput gevonden, waarin afval en uitwerpselen werden gedumpt. Opmerkelijke vondsten uit deze put zijn onder meer enkele kookpotten en een stenen bierkan. Een opvallend object is een langmes met een houten greep, dat lijkt op een kort steekzwaard en duidt op de veelzijdigheid van het leven in die tijd.
Volgens Schrickx is deze ontdekking cruciaal voor een beter begrip van Hoorns middeleeuwse geschiedenis. “De kennis over het ontstaan van Hoorn is beperkt. Dankzij deze opgraving kunnen we nu veel herzien en nieuwe gegevens toevoegen,” aldus de archeoloog.
Hoewel deze vondsten bijzonder zijn, zal het gebied uiteindelijk weer worden gesloten met een betonnen vloer zodra de verbouwing is voltooid. Amanda Vollenweider, directeur van het museum, benadrukt dat het museum van plan is om de ontdekking aan het publiek te tonen, mogelijk met een glazen paneel boven de opgraving of via 3D-animaties om het verhaal te visualiseren.
Het archeologisch onderzoek heeft geen invloed op de planning of kosten van de verbouwing. De verwachting is dat het museum volgend jaar zomer weer geopend zal zijn voor bezoekers, waarbij de nieuwe vondsten een waardevolle aanvulling zullen zijn op de bestaande collecties.











